Tagarchief: de punt

11 juni 1977 – De Punt

Zaterdagmorgen, 11 juni 1977, half acht , radionieuwsdienst verzorgd door het ANP. “Met twee militaire operaties zijn de gijzelingsacties in De Punt en in Bovensmilde beëindigd.” Een kwartier lang duurde de operatie die werd uitgevoerd door de Bijzondere Bijstands Eenheid (BBE), samengesteld uit eenheden van het korps Mariniers, en scherpschutters van de krijgsmacht en rijkspolitie. De BBE werkte samen met de luchtmacht. De operatie bij de basisschool in Bovensmilde verliep zonder slachtoffers. Bij de bevrijding van de trein bij De Punt vielen acht dodelijke slachtoffers, waaronder ook twee gegijzelden.

FOTO'S TREINKAPING WIJSTER

Twee mariniers in treinstel 747 dat na afloop van de bestorming wordt afgevoerd.

Drie weken had het openbare leven in Nederland min of meer stilgestaan. De gijzelingen begonnen op maandag 23 mei 1977. De campagne voor de verkiezing van de Tweede Kamer, die gehouden werd op 25 mei 1977, werd in allerijl afgebroken. Premier Joop den Uyl en de direct betrokken ministers waren enkel doorlopend in crisisberaad. Een groot deel van de provincie Drenthe was getransformeerd tot oorlogsgebied.

11 juni 1977 na bestorming trein

Gegijzelden kunnen na drie weken eindelijk de trein verlaten.

Drie weken lang hadden 45 gijzelaars op banken moeten vertoeven. In een trein die schuin in een bocht tot stilstand was gedwongen. Drie weken lang zaten vijf leerkrachten van de basisschool vast, waarvan de eerste vijf dagen zelfs samen met 105 leerlingen van de basisschool.

Hevig mitrailleurvuur bij de trein, laag overvliegende starfighters met naverbrander, explosies en groepjes mariniers die met gevaar voor eigen leven naar binnen moesten. En pantserwagens bij de school die dwars door de muren zich een weg naar binnen banen. Een even onwerkelijk als realistisch oorlogstafereel in het Nederland van 1977.

defensie-archief (1)

Zes van de negen leden van de Vrije Molukse Jongeren die de trein in gijzeling hadden genomen kwamen tijdens de bevrijdingsactie om het leven. “Vermoord” zegt de een, “het kon niet anders meer” reageert een ander. Tijdens de persconferentie na de bestorming zei premier Den Uyl: “Dat geweld nodig was om een einde te maken aan de gijzeling ervaren wij als een nederlaag.”

Uit het taalgebruik uit 1977 in publieke uitingen valt op hoe men destijds worstelde met de problematiek. Waar nu zonder meer gesproken zou worden over terroristen, sprak men destijds over activisten of kapers. Bekendste voorbeeld is wel de term “compartimenteren”. Daarmee werd bedoeld een spervuur met kogels te leggen tussen de treincompartimenten om te voorkomen dat men zich kon verplaatsen tijdens de bevrijdingsactie.

De gijzelingen in Bovensmilde en Vries. Deze link verwijst naar het verslag dat de regering Den Uyl op 21 juni 1977 naar de Tweede Kamer stuurde over de gebeurtenissen tijdens de gijzelingen. In de brief worden ook een groot aantal kamervragen beantwoord. Het geeft goed de tijdsgeest weer waarbinnen deze gebeurtenissen plaatsvinden.

 

De gijzelingen waren zonder meer een wanhoopsdaad van jongeren, met idealen die werden genegeerd. Na de onafhankelijkheid van Indonesië werden Knil-soldaten gedwongen om naar Nederland te gaan, maar kregen daar ontslag. Zij en hun gezinnen werden tientallen jaren in woonkampen ondergebracht waar zij weinig meer kregen dan zakgeld, kledingbonnen en eten. Vooral de tweede en derde generatie Molukkers willen van de regering excuus voor de kille en vooral vernederende behandeling van hun ouders. Achtereenvolgende regeringen hebben gezwegen over de vernederende behandeling van de eerste generatie Molukkers. Dat zwijgen werd, na zestig jaar, in 2012 doorbroken door Victor Molkenboer, burgemeester van Leerdam. Aan het begin van dat jaar riep hij de overheid op excuses aan te bieden voor de kille manier waarop de Molukkers destijds zijn ontvangen.

bronnen: drents archief, ANP, Trouw

Advertenties