Tagarchief: arie kranenburg

Reconstructie: de ontvoering van Hanns Martin Schleyer

Het is maandag 5 september 1977 als Hanns Martin Schleyer op weg is naar zijn huis in Keulen. Hij heeft een woning aan de Raschdorffstrasse 10, in de wijk Braunsfeld.

raschdorffstrasse 10 koeln

Raschdorffstrasse 10 © google earth 2012

Schleyer (62 jaar) geniet in de Bondsrepubliek grote bekendheid als voorzitter van  de Duitse werkgeversorganisatie Bundesvereinigung der Deutschen Arbeitgeberverbände.

Schleyer_HannsMartin

Hanns Martin Schleyer © dpa

In die hoedanigheid hebben de Duitse autoriteiten in die tijd ook alle reden te vrezen voor zijn veiligheid. Links-anarchistische groeperingen oefenen op dat moment al geruime tijd in Duitsland een ware golf van terreur uit. Met name voor de Rote Armee Fraktion is Schleyer een gewild doelwit om de regering af te persen en zo de vrijlating af te dwingen van RAF-leden die op dat moment in de gevangenis zitten. Schleyer wordt dan ook continu bewaakt. Schleyer’s chauffeur is de dan 41-jarige Heinz Marcicz. Hij is onbewapend. Zijn dienstauto is een Mercedes 450 SEL met kenteken “K-VN 345”.

mercedes 450 SEL Schleyer

Dienstauto Schleyer © pressinform

Heinz Marcisz

Chauffeur Heinz Marcicz © picture-alliance / dpa

Zijn dienstauto wordt op de voet gevolgd door een Mercedes 280 SE met kenteken “S CE 2230”. In de politie-Mercedes zitten drie politiemensen uit Baden-Württenberg. De bestuurder is de 41 jarige Polizeihauptmeister Reinhold Braendle. Op de bijrijderstoel zit Polizeimeister Helmut Ulmer (24 jaar). Op de achterbank heeft de 20-jarige Polizeimeister Roland Pieler plaatsgenomen. Alle drie zijn bewapend, de Mercedes is overigens niet gepantserd en de agenten dragen geen kogelvrije vesten.

49310-3x2-original

Reinhold Braendle, Roland Pieler, Helmut Olmer © AP

Schleyer komt die middag terug van een vergadering van de Bundesvereinigung der Deutschen Arbeitgeberverbande die plaatsvond aan de Oberlander Ufer 72 in Keulen. Hij gaat nu naar huis. Die avond moet hij nog naar Düsseldorf waar hij een presentatie zal geven voor de Allensbacher Demoskopin Elisabeth Noelle Neumann. De volgende ochtend vliegt hij naar Stockholm voor een presentatie voor Zweedse ondernemers.

De ontvoering

Om 17:28 uur slaat het noodlot toe toe als zijn dienstauto vanaf de Friedrich-Schmidt Strasse rechtsaf de Vincenz-Statz Strasse inrijdt. Hij kon niet weten dat op dat moment een commandogroep van de RAF klaarstaat hem te ontvoeren. Via een telefoonketting hebben RAF-leden de route van de dienstauto van Schleyer aan elkaar doorgegeven. In de Vincenz-Statz Strasse staat een groep van vier personen klaar. Het doel: Schleyer ontvoeren om de vrijlating van een aantal kopstukken van de RAF af te dwingen. Om dat mogelijk te maken had de groep de avond ervoor een dramatische beslissing genomen. Alle begeleiders zouden zo snel mogelijk met overweldigend vuurwapengeweld om het leven moeten worden gebracht. De groep had de ontvoering tot in de puntjes voorbereid. Een witte VW-bus (kenteken “K-C 3849”) stond op de plaats delict, net om de hoek op de Friedrich-Schmidt Strasse klaar om Schleyer en de ontvoerders mee af te voeren.

Als Schleyer en zijn gevolg aan komen rijden starten de ontvoerders een blauwe Mercedes 450 SEL met kenteken K-VN 345 en laten die plotseling achteruit de Vincenz-Statz Strasse oprijden. Aan het stuur zit Stefan Wisniewsky. De Mercedes van Schleyer kan deze niet meer ontwijken en knalt bovenop de Blauwe Mercedes. De politieauto achter Schleyer kan ook niet meer op tijd remmen en klant tegen de dienstwagen van Schleyer aan. Een kort moment zien de inzittenden een vrouw naast een kinderwagen. Het geeft de ontvoerders net genoeg tijd om het verrassingselement van hun aanval optimaal te benutten. Uit de kinderwagen halen ze geen baby maar een aantal zware wapens. Zonder enige aarzeling openen de RAF-leden het vuur op de politiemensen en de chauffeur.

Schleyer-DW-Politik-Hamburg

Reconstructie plaats delict © dpa

In minder dan twee minuten worden de chauffeur en de drie bewapende politiemensen doodgeschoten. De chauffeur wordt dodelijk getroffen door 5 kogels. Braendle wordt door 23 kogels geraakt, Pieler door 20 en Ulmer wordt dodelijk getroffen door 24 kogels. Uit later onderzoek blijkt dat Pieler nog 3 keer heeft kunnen terugschieten, Ulmer heeft nog 8 keer het vuur kunnen openen. Alles zonder resultaat. In minder dan 2 minuten is het allemaal voorbij. Schleyer wordt in de VW-bus gesleurd.

PD HMS google earth

Plaats delict © google earth 2012

Rechercheurs onderzoeken de politie-Mercedes.

vlcsnap2011041912h30m44.9137

© imcdb.org

Overzichtsfoto van de plaats delict.

2-format43

©IMAGO

Rechercheur van het BKA fotografeert de plaats delict.

ermittler_m

© dpa

De kinderwagen, waarmee de ontvoerders voorkwamen dat Marcicz naar links kon uitwijken om te ontkomen.

kinderwagen_m

© dpa

22_AP7709050368

© N24.de

Dadergroep

De RAF-groep die de ontvoering heeft uitgevoerd noemt zich het Kommando „Siegfried Hausner“ en bestaat uit de volgende personen: Peter-Jürgen Boock, Sieglinde Hofmann, Willi-Peter Stoll en Stefan Wisniewski. Er is nooit helemaal duidelijk geworden wat de individuele rol is geweest van deze personen. Stefan Wisniewski zou de Mercedes van de ontvoerders hebben bestuurd waarmee de dienstwagen van Schleyer werd aangereden. De schoten zouden zijn gelost door Peter Jürgen Boock, Sieglinde Hofmann en Willy Peter Stoll.

kommando siegfried hausner

Links boven Sieglinde Hofmann, rechts boven Willy Peter Stoll, links onder Peter-Jürgen Boock, rechtsonder Stefan Wisniewski. © dpa

Op 6 September 1978 werd Stoll bij het bezoeken van toenmalig Chinees restaurant „Shanghai“, Oststraße 156 in Düsseldorf, herkend door andere gasten die dat gelijk aan de politie meldden. Als een aantal agenten in burger Stoll willen controleren trekt deze direct een wapen waarop Stoll door agenten werd doodgeschoten. Later is gespekuleerd dat Stoll wel onbegrijpelijk veel risico had genomen, en mogelijk op deze wijze zelfmoord zou hebben willen plegen.

Peter Jurgen Boock 2007

Peter Jurgen Boock © Heine foto

stefan wisniewski (2)

Stefan Wisniewski in de TV-Dokumentaire “Schleyer – eine deutsche Geschichte” 2003.

sieglinde hofmann anno 1995

Sieglinde Hoffman anno 1995 © dpa

Vluchtroute

Vanaf de Friedrich-Schmidt Strasse rijden ze eerst in de richting van Junkersdorferstrasse. Vanwege filevorming rijden ze een stuk over de tegenovergestelde rijbaan. Een aantal auto’s zet de achtervolging in. Op de Junkersdorferstrasse ter hoogte van het zwembad StadionBad raken de achtervolgers de witte VW bus kwijt door een vrachtauto. Bij de kruising Junkersdorferstrasse – Am Romerhof gaat het vervolgens linksaf. De Romerhof gaat later over in de Salzburger-Weg. Bij de kruising Salzburger-Weg – Stuttgerhofweg slaan ze rechtsaf. Bij de kruising Stuttgerhofweg – Wiener Weg gaat het linksaf. Bij het Flatgebouw aan de Wienerweg 1b gaat de VW bus de parkeergarage in waar van auto wordt gewisseld.

autowissel wienerweg 1b koln

Wienerweg 1b © google earth 2012

autowissel wienerweg 1b koln tiefgarage

Ingang naar ondergrondse parkeergarage © google earth 2012

De VW-bus wordt achtergelaten met een klein briefje waarin de ontvoering van Schleyer wordt opgeëist. Daarnaast eist men af te zien van grootschalige opsporing. In een Mercedes 230/6 vervolgt het gezelschap de reis naar Erfstadt-Liblar, een kleine 30 minuten rijden, naar Hochhaus Zum Renngraben 8, woning 104 op de derde etage. Drie weken eerder had Monika Helbing de woning onder alias “Annerose Lottmann-Bucklers uit Wuppertal ”gehuurd.

07

Wienerweg 1b © dpa

Tijdens de rit  naar Erfstadt ligt Schleyer in de kofferbak, met naast hem een RAF-lid. Vanuit de auto wordt hij direct onder schot gehouden. Direct na de ontvoering hebben de ontvoerders Schleyer een injectie gegeven met een verdovend middel. Zodra ze in de garage in Erfstadt hebben geparkeerd wachten ze nog tot diep in de nacht voordat ze het aandurven Schleyer uit de kofferbak te halen en naar zijn eerste verblijfadres over te brengen op de derde verdieping. 

791px-Liblar_Zum_Renngraben_8

Hochhaus Zum Renngraben 8, Erfstadt Liblar © Willy Horsch

Volksgefangnis

In het driekamerappartement is in de gang een kast geprepareerd (1,6 meter breed, 2,5 hoog en 0,71 diep). Het is niet bekend hoelang hij in de kast is vastgehouden. In de kast kon hij aan een ring worden gekluisterd. De voordeur van het appartement is met een ketting en cilinderslot extra beveiligd.  Volgens verklaringen van RAF-leden heeft hij nooit in de kast gezeten, maar het Bundes Kriminal Amt heeft wel degelijk haarresten van Schleyer in de kast gevonden.

renngraben_schrank_m

Zo ziet de gang in de bewuste woning er uit in 2007, waar een kast in was geconstrueerd om Schleyer in te verbergen. Volgens de huidige bewoner is deze kast nieuw. © WDR / Reinle

Huismeester

De ontvoering was nog maar net begonnen of de Duitse opsporingsautoriteiten krijgen de beschikking over wat later een gouden tip zou blijken. De huismeester van het complex was het al eerder opgevallen dat Annerose het bedrag voor de borg voldeed vanuit een grote zak met cashgeld. Al op 7 september 1977 geeft de huismeester dit door aan de Polizei Erfstadt die het doorgeeft aan de Schutzpolizei beim Overkreisdirektor Bergheim. Op 9 september 1977 gaat dit bericht per telex naar de Kolner Polizeipraesidium waar het verloren gaat in een papierstroom. Het bericht bereikt de Zentralen Einsatzleitung Bonn-Bad Godesberg helaas niet. Het checken van de naam in NADIS, INPOL of INPOL-PIOS had zeker een hit gegeven naar de lijst van bekende RAF-helpers.

De politie van Erfstadt was ervan overtuigd dat in de bewust woning Schleyer werd vastgehouden. Een politieman doet ter plaatse onderzoek en belt op de derde verdieping aan bij alle appartementen. Niemand heeft iets bijzonders gezien. Ook bij woning 104 wordt aangebeld. Op dat moment is alleen Peter Jurgen Boock bij Schleyer. Onder bedreiging weet hij Schleyer stil te houden. De politie is ervan overtuigd dat er een inval zal worden georganiseerd en wacht af. Er gebeurt echter niets.

Eerste levensteken

Op 6 september 1977 wordt een brief bezorgd bij de evangelische deken Helmut Neuschafer in Wiesbaden. Daarbij zit een foto van Schleyer, een brief met eisen, en een kort handgeschreven briefje van Schleyer zelf.

schleyer 2

© AP Archiv

Denis Payot, een rechtsanwalt uit Genf, wordt door het Bundes Kriminal Amt (BKA) voorgesteld als contactpersoon. De ontvoerders noemden zijn naam ook al in hun eerste brief. Ze hebben zich waarschijnlijk vergist is zijn werkelijke functie. De ontvoerders veronderstelden dat hij een officier was van de UNO, terwijl hij in werkelijkheid president was van de Zwitserse Liga voor de mensenrechten.

denis payot 2

Dennis Payot, ©

De politie bewaakt gedurende de ontvoering het telefoonverkeer tussen Duitsland en de woning van Payot in Geneve. Ze stellen vast dat er een aantal keren is gebeld vanuit openbare telefooncellen in de buurt van het Hauptbahnhof Koln. Als ze gaan kijken is het steeds te laat. De openbare telefooncellen worden op grote schaal in de gaten gehouden, maar het lukt de ontvoerders of ondersteuners steeds om niet op te vallen.

Naar Scheveningen

Schleyer verblijft van maandag 5 september 1977 tot en met donderdag 15 september 1977 in Erfstadt-Liblar in Hochhaus Zum Renngraben 8, woning 104 op de derde etage. Op vrijdag 16 september wordt hij overgebracht naar een nieuw adres in Nederland. Door de klopjacht in de Bondsrepubliek is het de daders te heet onder de voeten geworden en wijken ze uit naar een woning aan de Stevinstraat 266 in Den Haag (Scheveningen).

stevinstraat 266 den haag

© google earth, december 2012

RAF-lid Angelika Speitel (25) had de Scheveningse woning gevonden via een advertentie in de krant.

1974SpeitelAngelike1

Angelika Elisabeth Speitel © ANP

De terroriste reageerde onder de valse naam  ‘Karola Stöhr’.  Op 13 september 1977 krijgt ze de sleutel, na twee dagen eerder een eerste aanbetaling te hebben gedaan. Handlanger Peter-Jürgen Boock richt vervolgens het huis in. Hij koopt bloembakken, een tafellamp en een televisie. De leden van de RAF hadden de Haagse woning omgedoopt tot  “Haus Etna” naar de bijnaam van Angelika Speitel in de RAF. Schleyer werd in het huis niet alleen bewaakt door Peter-Jürgen Boock en Angelika Speitel. De andere cipiers van de ‘volksgevangenis’ waren naast Brigitte Mohnhaupt ook nog Elisabeth von Dyck en Stefan Wisniewski.

2m8BXUfriec1onhcmhMDG4Vbo1_500jva-aichach-frauengefaengnis102~_v-image360h_-ec2d8b4e42b653689c14a85ba776647dd3c70c56

Brigitte Mohnhaupt © picture alliance – dpa

elisabeth-van-dijck (1)pasfoto elisabeth von dyck

Elisabeth von Dyck © Spiegel  14.5 1979

In de nacht van maandag 19 op dinsdag 20 september 1977 wordt Schleyer ijlings overgebracht naar een woning in Brussel in de chique wijk Sint-Pieters Woluwe. Reden voor het plotselinge vertrek is een schietpartij eerder die avond in Den Haag. Om 21:00 uur wordt hoofdagent Siersema neergeschoten in de Trompstraat bij de Trompgarage in Den Haag door een man, als hij net bezig is Angelika Speitel aan te houden. De politie vindt later vingerafdrukken van Knut Folkerts op een pakje zakdoekjes uit de tas die de man blijkbaar had achtergelaten in een nabijgelegen cafe in de Trompstraat, de Cactus. De vrouw wordt er op dat moment van verdacht met valse papieren een auto te hebben gehuurd die ze die dag zal terugbrengen. Bij de poging haar aan te houden smijt ze haar papieren, met haar vingerafdrukken, over de balie. Speitel en Folkerts weten beide te ontkomen.

Knut-Folkerts-DW-Vermischtes-Sofiaknut folkerts34397_raf_interview_knut_folkerts

Knut Folkerts © dpa, ap, bodo marks

Tijdens de ontvoering blijkt dat de Nederlandse politie de RAF-terroristen al enige tijd op het spoor was. De Haagse woning aan de Stevinstraat werd via een observatiepost aan de overkant van de straat in de gaten gehouden. Toen de politie de woning uiteindelijk binnenviel bleek Schleyer al verdwenen.

Schietpartij Utrecht

Angelika Speitel had bij autoverhuurbedrijf STAM in Utrecht op zaterdag 3 september 1977 een wagen gehuurd. Het bedrijf was destijds gevestigd aan de Croeselaan 73 in Utrecht, vlakbij het grote parkeerterrein voor de Jaarbeurs aan het Veemarktplein. Het was een blauwe Ford Taunus 1600, kenteken 71-RH-56. De auto was gehuurd door een mevrouw Winter uit Hamburg. Op vrijdag 9 september 1977 brengt Angelika de auto terug en wil het kopie rijbewijs retour wat de garage weigert. De garage wordt argwanend. Met de auto is relatief veel gereden (1500 km) en de foto op rijbewijs klopt niet helemaal. De garage tipt de politie en legt een mogelijk verband met de Schleyer ontvoering.

22 september 1977 todesspiel teil 1 a22 september 1977 todesspiel teil 1 b22 september 1977 todesspiel teil 1 c

Videostills uit documentaire “Todesspiel teil 1”

Op zaterdag 10 september 1977 komt Speitel opnieuw een auto huren, nu een rode Ford Taunus 1600 kenteken 14-NT-73. Enkele dagen later komt de politie polshoogte nemen. Vrijdag 16 september 1977 belt Angelika naar de Utrechtse garage om de verhuurtermijn te verlengen tot vrijdag 23 september. De politie maakt een plan om haar dan op te wachten en te fotograferen om valsheid in geschrifte te kunnen vaststellen/bewijzen. Na de schietpartij op maandag 19 september 1977 in Den Haag vermoedt de politie dat het in Utrecht wel eens om dezelfde daders kan gaan. Ze houden er rekening mee dat de huurauto uit Utrecht gedumpt kan worden maar bereidt zich op de locatie in Utrecht voor op een arrestatie. Ze houdt er rekening mee dat de auto mogelijk een dag eerder, op  donderdag 22 september 1977 kan worden ingeleverd. Dat blijkt inderdaad het geval.

In het kantoor hebben zich twee rechercheurs geïnstalleerd die de arrestatie zullen verzorgen.  Het zijn brigadier Arie Kranenburg en Leen Pieterse. Buiten zijn een tiental met karabijnen bewapende agenten aanwezig. De arrestatie loopt voor Arie Kranenburg noodlottig af. Knut Folkerts is de agenten te snel af en weet zijn wapen te trekken en schiet op de agenten. Arie Kranenburg raakt dodelijk getroffen.

RAF-Opfer-17-Arie-Kranenburg-DW-Politik-Karlsruhe

Brigadier Arie Kranenburg, © ANP

57419-620-436

Begrafenisstoet Arie Kranenberg © ANP

Hij weet nog een nabijgelegen cafe (Bontekoe) binnen te strompelen maar bezwijkt dan aan zijn verwondingen. Folkerts wordt aangehouden, Speitel weet wederom te ontkomen.  De agenten droegen geen kogelwerend vest, en de communicatieapparatuur die de verbinding tussen de agenten buiten en binnen moest verzorgen haperde. De politie heeft altijd volgehouden dat de actie wel degelijk grondig was voorbereid en dat er zorgvuldig was opgetreden. Pas dertig jaar later werd in de buurt van de plaats delict een gedenktegel onthuld.

IMG_0026

invoegfoto gedenktegel (foto zelf gemaakt, februari 2013)

Tweede levensteken

Vanaf dinsdag 20 september 1977 wordt Schleyer vastgehouden in een woning op de bovenste etage aan de Rue du Tir aux Pigeons nummer 5 in de Brusselse plaats Woluwe-Saint-Pierre.

duivenschieting 5 Saint Pierre Woluwe 2

© google earth december 2012

Op zondag 25 september 1977 wordt een tweede foto van Schleyer gemaakt. Hij wordt op dat moment al 20 dagen vastgehouden.

02_Terror-Hanns-Martin-Sch

© AP Archiv

Ondertussen voert de Duitse regering schijnonderhandelingen. De gevangenen in Stammheim wordt gevraagd landen van bestemming te noemen waar ze mogelijk naartoe zouden willen bij een uitruil. Het staat echter op dat moment al vast dat daar in werkelijkheid geen sprake van zal zijn. De Duitse regering voert een tactiek van tijdrekken, in de hoop de verblijfplaats van Schleyer te achterhalen en een bevrijdingsactie te kunnen uitvoeren. Op hun beurt verwachten de ontvoerders dat de positie van bundeskanzler Helmut Schmidt onhoudbaar wordt als de ontvoering te duurt, en uiteindelijk zal toegeven.

Op donderdag 6 oktober 1977 maken de ontvoerders een derde foto. Schleyer zit dan al 31 dagen vast. Naast de foto´s worden ook diverse video opnames gemaakt waarin Schleyer op indringend en  dramatische wijze  verzoekt op de eisen van de ontvoerders in te gaan.

0,,932325_4,00

© AP Archiv

Polaroid foto van de ontvoerders 6 oktober 1977

2733040,1347744,highRes,maxh,480,maxw,480,Hans-Martin+Schleyer+%28media_685911%29

Videostill van een van de videoboodschappen die werden vervaardigd – © AP Archiv

Todesnacht Stammheim

De jubelstemming bij de Duitse autoriteiten is van korte duur. De staat had niet toegegeven, en voor het eerst was er nu ook overtuigend teruggeslagen. Het bericht van de bevrijding komt echter ook door bij de gevangenen in Stammheim. Jan-Carl Raspe heeft een heimelijke transistorradio op zijn cel. En via een communicatiesysteem dat de gevangenen zelf hebben aangelegd, met behulp van snoeren, versterkers uit platenspelers en speakers kunnen ze onderling communiceren. Bij het openen van de celdeuren, diezelfde ochtend, blijken Andreas Baader, Gudrun Ennslin en Jan-Carl Raspe zelfmoord te hebben gepleegd. Irmgard Muller overleeft als enige. Baader en Raspe hebben een pistool gebruikt dat heimelijk via de advocaten naar binnen is gesmokkeld. Dat is vermoedelijk gebeurd tijdens de rechtszaak die plaatsvond van 1975 tot 1977. In de ruimte waar de verdachten contact hadden met hun advocaten kregen ze ordners aangereikt, ogenschijnlijk met processtukken, die ze zonder verdere controle konden meenemen naar de cellen op de zevende verdieping. De ordners waren zodanig geprepareerd dat er spullen in konden worden verborgen, die tijdens het oppervlakkig doorbladeren ervan bij de controle niet opvielen. Men begon met een klein fototoestel als test. Later werden bij een doorzoeking van een advocatenkantoor foto’s gevonden die blijkbaar gemaakt waren binnen de cellen van de RAF gevangenen. Ze hebben elkaar daarbij gefotografeerd.

minox kamera 1

Minoxbilder, Gudrun Ensslin en Andreas Baader

minox kamera 2

Minoxbilder, Jan Carl Raspe en Gudrun Ensslin

Ensslin_Gudrun

Minoxbilder, Gudrun Ensslin

Later zijn op deze wijze wapens, springstoffen, kabels en vele andere zaken de cellen ingekomen. De wapens verstopten ze achter een plint, die van Baader zat verstopt in zijn platenspeler. Ondanks grondige controles zijn deze zaken nooit gevonden.

RecordPlayerM

Gudrun  Ensslin hangt zichzelf op aan de tralies voor het raam, op dezelfde wijze als Ulrike Meinhof in 1976 ook al deed. De gebeurtenissen en de verklaringen die daarover zijn afgegeven hebben nog lange tijd voeding gegeven aan allerhande samenzweringstheorieën. Binnen de RAF was snel duidelijk dat het om zelfmoord ging. De gevangenen hadden daar al langere tijd mee gedreigd, de zelfmoord mag dan ook niet enkel als direct gevolg van de bevrijding in Mogadishu worden gezien. De gevangenen keurden de gijzeling van het vliegtuig vol burgerslachtoffers ook af. Naar buiten toe heeft de RAF altijd volgehouden dat het niet om zelfmoord maar moord is gegaan.

HBHfA6Nn_Pxgen_r_Ax541

Cel waar Jan Carl Raspe zelfmoord pleegde. © Stuttgarter Zeitung

n_ebr207

© Ralph Puchmeier

invoegfoto begrafenis

(c)

Hanns Martin Schleyer

Nu het doel van de ontvoering nooit meer kan worden gerealiseerd ontstaat een uiterste penibele situatie voor Schleyer. De RAF-leiding besluit hem om te brengen. Waarschijnlijk in de nacht van 18 op 19 oktober 1977 wordt Schleyer met drie kogels  doodgeschoten. Ergens bij een landweg, op een afgelegen plek op de grens tussen België en Frankrijk. Volgens een verklaring van Boock uit 2007 zijn Stefan Wisniewski en Rolf Heißler hiervoor verantwoordelijk. Zijn lichaam wordt achtergelaten in de kofferbak van een Audi  100 met kenteken HG-AN 460. De auto wordt geparkeerd op de Rue Charles Peguy in Mülhausen/Elsass (Frankrijk). In een persverklaring van de RAF van 19 oktober 1977 melden ze “herr schmidt” waar ze hem kunnen vinden.

17

© getty images

schleyer_leiche_m

© dpa

vindtplaats audi schleyer 1

© google earth

Ende der Deutsche Herbst

Het kader van de eerste generatie RAF is dood is zit in de gevangenis. De tweede generatie RAF heeft haal doel niet bereikt. Toch zijn de autoriteiten er allerminst van overtuigd dat daarmee de RAF  geschiedenis is geworden. Daarvoor is de beweging te groot. Er lopen nog steeds veel RAF-leden vrij rond en er is nog steeds een grote groep ondersteuners en sympathisanten. De emoties zijn tot een hoogtepunt gekomen. Dit geeft uiteindelijk weer voeding aan nieuwe cellen om zich te organiseren en structureren.

Het zou nog tot 1998 duren voordat de RAF zichzelf officieel opheft. Een ontvoering gericht op het afpersen van de staat is na Schleyer in Duitsland niet meer voorgekomen. Ongetwijfeld is dat de grootste verdienste van de Bondsregering van Helmut-Schmidt. Hanns Martin Schleyer heeft hiervoor met zijn leven moeten betalen.

Bronnen en verantwoording

Voor deze reconstructie is gebruikt van een groot aantal vrij op internet beschikbare websites met min of meer gedetailleerde informatie over het fenomeen RAF. Meer specifiek:

  • “Baader Meinhof Komplex”, Stefan Aust, 2008, ISBN 978-3-455-50029-5
  • “Tödlicher Irrtum. Die Geschichte der RAF”, Argon Verlag, Berlin 2004. ISBN 9783870246730
  • diverse digitale krantenarchieven Duitsland (o.a. Hamburger Abendblatt, Stern, Die Zeit, WDR, ARD, ZDF)
  • http://www.kranten.kb.nl (o.a. Telegraaf, Dagblad van het Noorden)
  • Elsevier
  • http://www.medienarchiv68.de

Waar redelijkerwijs mogelijk is bij afbeeldingen steeds de bronvermelding vermeld. Voor het overgrote deel gaat het om persfoto’s, die destijds (of pas veel later)  door de opsporingsautoriteiten naar buiten zijn gebracht. De keuze van de afbeeldingen is beperkt gehouden, waarbij grafische schokkende of ook in het huidige tijdsbeeld nog onnodig aanstootgevende beelden bewust zijn achtergelaten. Alle foto’s van personen zijn eerder gepubliceerd door de aangegeven bronnen, en voor zover ik (binnen redelijke grenzen) heb kunnen nagaan heeft dat bij direct betrokkenen nooit tot klachten aanleiding gegeven. De google-earth foto’s heb ik zelf gemaakt, net als de foto in Utrecht van de gedenktegel van Kranenberg. Voor de goede orde benadruk ik op geen enkele manier betrokken te zijn bij, dan wel enige vorm van sympathie te koesteren voor de beweging die onderwerp is van deze reconstructie. Doel was uitsluitend om een feitelijk en historisch relevante weergave en duiding te geven van deze gebeurtenissen.

Advertenties